kleuter puberteit

Kleuterpuberteit: als je kleuter steeds vaker zijn eigen zin wil

De kleuterpuberteit is een informele naam voor een periode waarin je kleuter meer zelf wil bepalen en daarbij soms fel reageert. Je kind zegt bijvoorbeeld vaak nee, gaat in discussie of wordt boos als iets anders loopt dan verwacht. Het is geen echte puberteit: het gedrag hoort bij het oefenen met zelfstandigheid en omgaan met gevoelens.

Dat kan thuis best pittig zijn. Tegelijk verschilt het per kind hoeveel je ervan merkt en wanneer het gedrag weer verandert.

Wat merk je van de kleuterpuberteit?

Een kleuter kan al veel zelf bedenken en duidelijk vertellen wat hij wil. Maar wachten, teleurstelling verdragen en op tijd stoppen met boos gedrag zijn nog lastig. Je kunt bijvoorbeeld merken dat je kind:

  • vaak tegenspreekt of overal een eigen plan voor heeft;
  • boos wordt als iets niet lukt of niet mag;
  • veel zelf wil doen, maar hulp afwijst als het moeilijk wordt;
  • fel reageert op een verandering, zoals stoppen met spelen;
  • na een drukke schooldag sneller huilt of uitvalt.

Niet iedere kleuter laat dit gedrag zien. Een kind kan thuis ook anders reageren dan op school. Dat betekent niet meteen dat er iets mis is.

Waarom doet je kleuter zo dwars?

Je kleuter ontdekt dat hij een eigen mening heeft en invloed kan uitoefenen. Dat is een mooie stap, maar levert ook botsingen op. Je kind wil bijvoorbeeld zelf bepalen wanneer het schoenen aantrekt, terwijl jij de deur uit moet.

Vermoeidheid, honger of een drukke dag kunnen het lastiger maken om met een teleurstelling om te gaan. Kijk daarom niet alleen naar het gedrag, maar ook naar wat eraan voorafging. Misschien komt de boosheid steeds als je kind onverwacht moet stoppen met spelen.

Zo ga je om met een kleuter die steeds tegenwerkt

Je hoeft niet bij elke discussie toe te geven. Je kunt je kind wel ruimte geven om mee te beslissen, binnen een grens die jij stelt.

  • Geef een kleine keuze. Zeg bijvoorbeeld: “Wil je zelf je jas aantrekken of zal ik je helpen?” De jas gaat aan, maar je kind kiest hoe.
  • Kondig een overgang aan. Vertel vooraf dat het spelen bijna stopt. Zo komt het niet helemaal onverwacht wanneer jullie weggaan.
  • Benoem het gevoel en houd de grens vast. Bijvoorbeeld: “Je bent boos omdat je nog wilt spelen. Toch gaan we nu naar huis.”
  • Houd je uitleg kort tijdens een boze bui. Als je kind erg overstuur is, komt een lange uitleg vaak niet aan. Blijf in de buurt en praat verder als het rustiger is.
  • Zie wat goed gaat. Zeg concreet wat je opvalt: “Je was boos, maar je legde het speelgoed toch neer.”

Slaan of schoppen hoef je niet toe te staan. Houd rustig afstand als dat kan, haal andere kinderen uit de buurt en zeg duidelijk dat pijn doen niet mag. Is de bui voorbij, help je kind dan bedenken wat het een volgende keer kan doen, zoals hulp vragen of even afstand nemen.

Hoe lang duurt de kleuterpuberteit?

Er is geen vaste begin- of einddatum voor de kleuterpuberteit. Het gedrag kan een tijd sterker zijn en daarna weer afnemen. Ook kunnen er opnieuw lastige momenten ontstaan, bijvoorbeeld rond een verandering in de dagelijkse routine.

Zoek steun als de boosheid vaak erg heftig is, als iemand zich onveilig voelt of als het thuis of op school langere tijd niet goed gaat. Bespreek je zorgen met de leerkracht, de jeugdgezondheidszorg of de huisarts. Zie je lichamelijke tekenen die op echte puberteit kunnen wijzen bij je kleuter, neem dan contact op met de huisarts.

Probeer bij lastige momenten steeds dezelfde rustige grens aan te houden. Dat geeft je kleuter duidelijkheid, ook als hij het er op dat moment niet mee eens is.

Scroll naar boven