Als je peuter op tenen loopt, is dat meestal geen reden tot zorgen. Vooral kinderen die pas zelfstandig lopen, doen dit soms. Vaak verdwijnt het vanzelf vóór de leeftijd van ongeveer 3 jaar. Loopt je kind daarna nog veel op de tenen, of kan het de hielen niet goed neerzetten? Laat er dan naar kijken.
Waarom loopt een peuter op tenen?
Een peuter is nog volop bezig met het oefenen van lopen en evenwicht houden. Daarbij kan je kind af en toe op de voorvoeten lopen, bijvoorbeeld tijdens het spelen of als het enthousiast is. Sommige kinderen doen het maar af en toe, andere bijna voortdurend.
Bij veel kinderen die op hun tenen blijven lopen, wordt geen duidelijke oorzaak gevonden. Je kind kan dan vaak wel met de hele voet op de grond staan en lopen. Soms spelen gevoelige voeten of een gewoonte een rol.
Er kan ook een lichamelijke oorzaak zijn, zoals een verkorte kuitspier of achillespees. Zelden hangt tenenlopen samen met een aandoening van de spieren of het zenuwstelsel.
Je peuter loopt op tenen: wanneer hulp vragen?
Loopt je peuter soms op de tenen en zet het ook regelmatig de hielen neer? Dan kun je dit meestal rustig blijven volgen. Bespreek het bij het consultatiebureau of de huisarts als je kind rond of na de derde verjaardag nog veel op de tenen loopt.
Wacht niet tot die leeftijd als je een van deze dingen ziet:
- Je peuter kan niet of nauwelijks met de hielen op de grond staan.
- Je kind loopt vooral aan één kant op de tenen.
- Het tenenlopen begint pas nadat je kind eerder met de hele voet liep.
- Je peuter heeft pijn, valt vaak of beweegt een been minder goed.
- Het lopen gaat achteruit of je maakt je zorgen over de bewegingen van je kind.
Neem dezelfde dag contact op met de huisarts als je kind plotseling niet goed op een been kan staan of lopen, of als er plotseling krachtsverlies is.
Wat kun je zelf observeren?
Kijk op verschillende momenten hoe je peuter loopt. Gebeurt het bijvoorbeeld alleen tijdens enthousiast spelen, of ook als je kind rustig door de kamer loopt? Let erop of beide voeten hetzelfde bewegen en of je kind soms vanzelf plat staat.
Een kort filmpje van het lopen kan handig zijn om bij een afspraak te laten zien. Laat je peuter gewoon bewegen en probeer de hielen niet met kracht naar beneden te duwen. Oefeningen om de kuiten te rekken kun je het beste eerst met een zorgverlener bespreken.
Onderzoek en mogelijke behandeling
De huisarts kan kijken hoe je peuter loopt, of de hielen de grond raken en hoe soepel de enkels bewegen. Zo nodig volgt een verwijzing, bijvoorbeeld naar een kinderfysiotherapeut of kinderarts.
Niet ieder kind heeft behandeling nodig. Soms is afwachten voldoende. Een kinderfysiotherapeut kan helpen met oefeningen voor bewegen en lopen. Bij een duidelijke verkorting van de kuitspieren kan een specialist soms een andere behandeling adviseren, zoals gips. Welke aanpak past, hangt af van de oorzaak en van wat je kind kan.
Tenenlopen komt ook voor bij kinderen met autisme, maar is op zichzelf geen teken dat je kind autistisch is. Een zorgverlener kijkt bij zorgen naar het hele beeld, niet alleen naar de manier van lopen.
Blijf vooral letten op het verschil tussen af en toe op de tenen lopen en bijna altijd op de voorvoeten lopen. Dat helpt om bij het consultatiebureau of de huisarts duidelijk te vertellen wat je ziet.



