Eisen zwemdiploma B: wat moet je kunnen?

Voor het zwemdiploma B moet je aantonen dat je ook in geklede toestand kunt zwemmen en jezelf in het water kunt redden. Dat is precies wat dit diploma onderscheidt van diploma A: de nadruk ligt op zwemmen met kleren aan, inclusief schoenen. Hieronder lees je precies welke eisen gelden voor het zwemdiploma B, zodat je weet waar je op moet oefenen.

Wat zijn de eisen voor het zwemdiploma B?

Het zwemdiploma B is zwaarder dan diploma A. Je zwemt de meeste onderdelen niet in een gewoon badpak of zwembroek, maar in alledaagse kleding. Denk aan een shirt met lange mouwen, een lange broek, jurk of rok tot de enkels, en schoenen. Plastic schoenen, leren schoenen en sportschoenen zijn allemaal toegestaan. Die kleding maakt zwemmen een stuk zwaarder, en daar gaat het om: aankunnen dat je ook buiten de ideale omstandigheden kunt overleven in het water.

De exameneisen bestaan uit meerdere onderdelen die je achter elkaar uitvoert. Hieronder staan de belangrijkste elementen die tijdens het examen aan bod komen:

  • Zwemmen over een bepaalde afstand in geklede toestand (inclusief schoenen)
  • Springen in het water met kleren aan en daarna zelfstandig verder zwemmen
  • Omkleden in het water: van geklede toestand naar badkleding (of andersom), afhankelijk van het examenprogramma
  • Drijven en watertrappelen in geklede toestand
  • Zwemmen op de rug en op de borst, ook met kleren aan
  • Duiken en voorwerpen ophalen van de bodem
  • Zwemmen door een band of hoepel
  • Klimmen uit het water zonder gebruik van een trap

De precieze onderdelen en afstanden kunnen per zwembad of examenorganisatie licht verschillen, maar bovenstaande elementen vormen de kern van elk diploma B-examen in Nederland.

Welke kleding draag je tijdens het examen?

De kledingvereisten zijn een vast onderdeel van diploma B en worden strikt gecontroleerd. Je draagt badkleding als onderlaag, maar daaroverheen draag je gewone kleding. Concreet gaat het om:

  • Een shirt of blouse met lange mouwen
  • Een lange broek, jurk of rok tot aan de enkels
  • Schoenen (plastic, leren of sportschoenen zijn toegestaan)

Slippers of sandalen die makkelijk uitschieteren zijn doorgaans niet toegestaan, omdat die niet representatief zijn voor hoe je in het echte leven gekleed bent als er iets misgaat bij het water. Het gaat er juist om dat je ook in “normale” kleding overleeft.

Hoe verschilt diploma B van diploma A?

Diploma A legt de basis: je leert zwemmen in badkleding en beheerst de basisvaardigheden zoals schoolslag, rugslag en springen. Bij diploma B voeg je daar de geklede situatie aan toe. Je traint niet alleen je techniek, maar ook je vermogen om rustig te blijven als kleding je beweeglijkheid beperkt. Dat maakt diploma B praktisch en levensreddend van aard.

Veel zwemscholen bieden A en B in een doorlopend traject aan, waarbij kinderen na het halen van diploma A doorstromen naar de B-training. De leeftijd waarop kinderen examen doen voor diploma B ligt gemiddeld iets hoger dan bij A, maar er is geen vaste minimumleeftijd vastgelegd door een centrale instantie.

Hoe bereid je je voor op het examen?

Oefenen met kleren aan is echt noodzakelijk. Natte kleding is zwaar en trekt je naar beneden, zeker een lange broek of schoenen. Wie dat gevoel niet kent, schrikt er tijdens het examen van. Train dus regelmatig in de kleding die je ook bij het examen draagt. Let daarbij op je watertrappelen en drijven: dat zijn onderdelen waarbij de kleding het meeste effect heeft op je drijfvermogen.

Oefen ook het klimmen uit het water zonder trap. Dat klinkt eenvoudig, maar met natte, zware kleding kost het aanzienlijk meer kracht dan je gewend bent. Hoe meer je dit oefent, hoe minder energie het je kost tijdens het echte examen.

Als je de eisen voor het zwemdiploma B eenmaal kent, weet je ook wat je te doen staat. De combinatie van techniek en het omgaan met geklede toestand maakt dit diploma veeleisend, maar ook het meest praktisch toepasbaar in echte situaties buiten het zwembad.

Scroll naar boven