geschiedenis groep 8

Geschiedenis groep 8: onderwerpen, tijdvakken en oefenen

Bij geschiedenis in groep 8 leert je kind over het leven van mensen vroeger, belangrijke gebeurtenissen en de tien tijdvakken. Vaak komen onderwerpen als de Romeinen, de middeleeuwen, slavernij en de Tweede Wereldoorlog aan bod. Welke lessen en toetsen je kind precies krijgt, hangt af van de school en de lesmethode.

Je kind leert niet alleen feiten en jaartallen. Het oefent ook met vragen als: wat veranderde er, waardoor gebeurde dat en hoe weten we wat er vroeger gebeurde?

Wat leert je kind bij geschiedenis in groep 8?

In groep 8 bouwen kinderen verder op wat ze eerder over geschiedenis hebben geleerd. Ze plaatsen gebeurtenissen op een tijdlijn en ontdekken verbanden tussen vroeger en nu. Een onderwerp kan vanuit verschillende kanten worden bekeken. Zo heeft een handelaar in de tijd van de VOC een ander verhaal dan iemand die door die handel tot slaaf werd gemaakt.

Deze vaardigheden komen vaak terug in de geschiedenisles:

  • Gebeurtenissen op volgorde zetten: wat gebeurde eerst en wat kwam later?
  • Oorzaken en gevolgen herkennen: waardoor kwam een verandering op gang en wat gebeurde daarna?
  • Vroeger en nu vergelijken: wat is veranderd en wat is hetzelfde gebleven?
  • Bronnen bekijken: wat vertellen een foto, voorwerp of tekst over het verleden?
  • Verschillende ervaringen begrijpen: waarom maakten mensen dezelfde gebeurtenis anders mee?

Een toets kan daarom verder gaan dan de vraag wanneer iets gebeurde. Je kind kan ook moeten uitleggen waarom een gebeurtenis gevolgen had voor het dagelijks leven.

De tien tijdvakken bij geschiedenis groep 8

Veel scholen gebruiken de tien tijdvakken als houvast. Ze helpen je kind om onderwerpen in de juiste volgorde te plaatsen. Niet ieder tijdvak krijgt in groep 8 evenveel aandacht. Sommige periodes zijn misschien al uitgebreider in groep 7 behandeld.

  • Jagers en boeren: mensen leefden eerst van jagen en verzamelen. Later gingen groepen ook gewassen verbouwen en dieren houden.
  • Grieken en Romeinen: de Romeinen kwamen ook in het gebied dat nu Nederland is. Kinderen leren bijvoorbeeld over Romeinse wegen en legerkampen.
  • Monniken en ridders: het leven in de vroege middeleeuwen, met aandacht voor kloosters en het bestuur van gebieden.
  • Steden en staten: steden groeiden en handel en ambachten kregen een grotere rol.
  • Ontdekkers en hervormers: Europese ontdekkingsreizen en veranderingen binnen het christendom.
  • Regenten en vorsten: bestuur en handel in de zeventiende eeuw, waaronder de VOC en de betrokkenheid van Nederland bij slavernij.
  • Pruiken en revoluties: nieuwe ideeën over macht en rechten, en grote politieke veranderingen.
  • Burgers en stoommachines: fabrieken en machines veranderden het werk en het dagelijks leven.
  • Wereldoorlogen: de Eerste en Tweede Wereldoorlog, waaronder de Duitse bezetting van Nederland en de Jodenvervolging.
  • Televisie en computer: ontwikkelingen na de Tweede Wereldoorlog, zoals veranderingen in communicatie en het dagelijks leven.

De namen geven een geheugensteuntje, maar vertellen niet het hele verhaal. Vraag bij elk tijdvak ook wie erbij betrokken waren en hoe hun ervaringen verschilden.

Onderwerpen die vaak terugkomen in groep 8

Een lesmethode kan een tijdvak behandelen aan de hand van een persoon, een gebeurtenis of een voorwerp. Bij de Tweede Wereldoorlog kan een dagboek bijvoorbeeld laten zien hoe iemand die periode beleefde. De school kan ook aandacht besteden aan de Holocaust, de vervolging en moord op Joden door nazi-Duitsland en zijn helpers.

Bij de VOC gaat het niet alleen over schepen en handel. Kinderen kunnen ook leren over geweld, kolonialisme en slavernij. Dat helpt om te begrijpen dat economische winst voor de ene groep samen kon gaan met groot leed voor anderen.

Ook de Canon van Nederland kan in de lessen terugkomen. Die bestaat uit onderwerpen, personen en gebeurtenissen die samen een beeld geven van de Nederlandse geschiedenis. Een canononderwerp is niet hetzelfde als een tijdvak: het is een voorbeeld dat je binnen een periode kunt plaatsen.

Geschiedenis oefenen voor een toets

Begin met de stof die je kind van school heeft gekregen. Dan oefen je de begrippen en gebeurtenissen die bij de toets horen. Een samenvatting van een andere methode kan handig zijn als extra uitleg, maar sluit niet altijd aan op de les.

  1. Bekijk de leerstof. Welke hoofdstukken, begrippen en personen moet je kind kennen?
  2. Maak een tijdlijn. Zet de belangrijkste gebeurtenissen uit het hoofdstuk in de juiste volgorde.
  3. Leg begrippen uit. Laat je kind een begrip in eigen woorden vertellen en er een voorbeeld bij geven.
  4. Stel denkvragen. Vraag niet alleen wat er gebeurde, maar ook waarom en met welk gevolg.
  5. Controleer samen. Kijk in het lesboek na wat nog lastig is en oefen dat onderdeel opnieuw.

Hardop uitleggen laat snel zien wat je kind al begrijpt. Blijft een antwoord vaag, pak dan samen de tekst of afbeelding uit het schoolboek erbij. Zo hoeft je kind niet alleen losse zinnen uit het hoofd te leren.

Oefenvragen geschiedenis groep 8

Met deze vragen oefent je kind het plaatsen van gebeurtenissen en het leggen van verbanden. Ze zijn voorbeelden en horen niet bij een specifieke lesmethode.

  1. Wat kwam eerder: de Romeinse tijd of de tijd van de wereldoorlogen?
  2. Waarom ontstonden er nieuwe beroepen toen steden groeiden?
  3. Wat veranderde er voor mensen toen er meer fabrieken en machines kwamen?
  4. Waarom is één dagboek niet genoeg om te weten hoe iedereen een oorlog beleefde?

Mogelijke antwoorden: de Romeinse tijd kwam eerder. In groeiende steden was werk voor mensen met verschillende ambachten, zoals bakkers en smeden. Door fabrieken gingen meer mensen met machines en in fabrieken werken. Een dagboek laat vooral de ervaring van de schrijver zien, terwijl andere mensen iets anders konden meemaken.

Bij de laatste vragen zijn meerdere goede antwoorden mogelijk. Laat je kind vertellen hoe het aan een antwoord komt en controleer samen of dat past bij wat het heeft geleerd.

Veelgestelde vragen over geschiedenis in groep 8

Moet mijn kind alle jaartallen uit het hoofd kennen?
Nee, dat hangt af van de opdracht en de lesmethode. Soms moet je kind een jaartal kennen, maar vaak is het ook belangrijk om te weten in welke periode iets gebeurde en wat de volgorde was. Kijk daarom naar de leerdoelen van school.

Waar vind je extra oefenmateriaal?
Op Wikiwijs staat lesmateriaal voor het basisonderwijs, ook voor geschiedenis. Zoek naar materiaal voor de bovenbouw en controleer of het onderwerp aansluit bij de stof van school. Een filmpje of opdracht kan helpen bij een lastige periode, maar vervangt niet vanzelf het lesboek.

Wat als mijn kind de tijdvakken door elkaar haalt?
Maak samen een eenvoudige tijdlijn op papier. Schrijf eerst de namen in volgorde en voeg daarna per tijdvak één herkenbaar voorbeeld toe. Oefen vervolgens met losse kaartjes die je kind op de goede plek legt.

Hoe bespreek je moeilijke onderwerpen zoals oorlog en slavernij?
Geef eerlijk antwoord in woorden die bij je kind passen en vraag wat het al weet. Het is niet nodig om nare details te gebruiken als die niet helpen om de les te begrijpen. Merk je dat je kind ergens van schrikt, neem dan tijd voor de vragen die het stelt.

Pak bij het oefenen steeds de tijdlijn en het hoofdstuk van school erbij. Zo ziet je kind niet alleen welke gebeurtenis bij welk tijdvak hoort, maar ook welk verhaal erachter zit.

Scroll naar boven