De fijne motoriek van je peuter is het vermogen om kleine, gerichte bewegingen te maken met handen en vingers. Tussen twee en vier jaar leert je kind bijvoorbeeld steeds beter tekenen, een rits openen en met een lepel eten. Dat gaat stap voor stap en niet ieder kind leert dezelfde vaardigheid op hetzelfde moment.
Hoe ontwikkelt de fijne motoriek van een peuter zich?
Je peuter krijgt steeds meer controle over de handen en leert ze beter samen te gebruiken. Bij het openen van een doosje houdt de ene hand bijvoorbeeld het doosje vast, terwijl de andere het deksel optilt. Ook leert je kind beter kijken naar wat de handen doen.
Nieuwe bewegingen gaan vaak eerst onhandig. Je peuter morst bij het inschenken, scheurt papier op een andere plek dan bedoeld of krijgt een rits nog niet in beweging. Door te proberen en te herhalen worden die bewegingen meestal steeds makkelijker.
De fijne motoriek verschilt van de grove motoriek. Bij fijne motoriek gaat het om kleine bewegingen, zoals iets vastpakken of een bladzijde omslaan. Grove motoriek gaat over grotere bewegingen, zoals lopen en springen.
Fijne motoriek van een peuter van 2 jaar
Rond twee jaar kan je peuter beginnen met krassen op papier. Het vasthouden van een potlood en het maken van gerichte lijnen vraagt nog oefening. Ook papier scheuren kan eerst lastig zijn: je kind pakt het papier misschien met de hele hand vast en maakt er vooral een prop van.
In deze periode kan je peuter onder meer oefenen met:
- blokjes op elkaar zetten en weer uit elkaar halen;
- bladzijden van een stevig boek omslaan;
- met een lepel of vork eten;
- een grote dop los- en vastdraaien;
- een open rits verder naar beneden trekken.
Het zijn voorbeelden, geen lijst met dingen die je kind op een bepaalde verjaardag moet kunnen. Ook als iets lukt, heeft je peuter er soms nog hulp bij nodig.
Fijne motoriek van een peuter van 3 tot 4 jaar
Bij een oudere peuter werken de handen vaak steeds beter samen. Je kind kan bijvoorbeeld papier vasthouden met de ene hand en scheuren met de andere. Krassen maken kan overgaan in lijnen en rondjes tekenen.
Tussen drie en vier jaar leren veel kinderen ook om kledingstukken aan te trekken en knopen los te maken. Dat betekent niet dat aankleden meteen zelfstandig gaat. Een trui kan achterstevoren zitten en schoenen komen soms aan de verkeerde voeten terecht.
Rond drie jaar kan je peuter beginnen met een kinderschaar. Laat eerst zien hoe de schaar open en dicht gaat en help bij het vasthouden van het papier. Knippen zonder hulp komt vaak later. Veters strikken hoeft je peuter nog niet te kunnen; dat leren kinderen meestal pas als kleuter.
Zo stimuleer je de fijne motoriek van je peuter
Je hoeft geen speciale oefeningen te doen. Gewone momenten thuis bieden veel kansen om handbewegingen te oefenen. Kies iets wat je kind leuk vindt en maak het makkelijker als het nog niet lukt.
- Laat je peuter zelf eten. Een lepel naar de mond brengen vraagt oefening. Leg eventueel een doek onder de stoel, zodat morsen niet erg is.
- Gebruik grote bouwstenen. Op elkaar zetten, aandrukken en loshalen vraagt om verschillende handbewegingen.
- Speel met klei. Je peuter kan knijpen, rollen en stukjes lostrekken. Doe eerst voor wat je bedoelt en laat je kind daarna zelf ontdekken.
- Geef papier en dikke potloden. Laat je kind vrij krassen en lijnen maken. Een herkenbare tekening is niet het doel.
- Laat je kind meehelpen. Een banaan in stukjes breken, beslag roeren of een plant water geven zijn manieren om de handen te gebruiken.
- Oefen met een rits. Begin met een rits die al vastzit en laat je peuter het lipje omhoog of omlaag trekken. Het eerste stukje vastmaken kun je nog overnemen.
Geef je peuter tijd om zelf iets te proberen. Lukt het niet, help dan met het lastige deel in plaats van de hele handeling over te nemen. Houd het ontspannen: stoppen mag ook als je kind er genoeg van heeft.
Veilig oefenen met kleine materialen en een schaar
Niet elk materiaal is geschikt voor iedere peuter. Kleine kralen, knikkers en andere losse onderdelen kunnen gevaarlijk zijn als je kind ze in de mond stopt. Kies liever grote onderdelen die niet in de mond passen en blijf erbij. Ook bij klei en ander knutselmateriaal is het verstandig om op te letten dat je peuter het niet opeet.
Gebruik bij het knippen een kinderschaar en blijf naast je kind zitten. Begin bijvoorbeeld met korte knipjes in een strook papier. Knippen op een lijn of een vorm uitknippen hoeft nog niet meteen te lukken.
Wanneer vraag je advies over de fijne motoriek?
Kinderen ontwikkelen hun fijne motoriek in hun eigen tempo. Toch kun je het bespreken als je merkt dat je peuter moeite blijft houden met alledaagse handelingen, zoals een lepel vasthouden, blokken pakken of een bladzijde omslaan. Let ook op als je kind zulke bezigheden steeds vermijdt omdat ze niet lukken.
Het consultatiebureau of je huisarts kan met je meekijken. Vertel welke bewegingen lastig zijn, wat je peuter al wel kan en of je verandering ziet. Verliest je kind vaardigheden die het eerder wel beheerste, neem dan contact op met je huisarts. Zo kun je samen bekijken of verder onderzoek of begeleiding nodig is.
Veelgestelde vragen over de fijne motoriek van een peuter
Moet een peuter een potlood op een bepaalde manier vasthouden?
Nee. Je peuter is nog aan het ontdekken hoe een potlood werkt. Geef ruimte om verschillende grepen te proberen en let vooral op of je kind plezier heeft in het maken van bewegingen op papier.
Moet een peuter kralen kunnen rijgen?
Nee. Rijgen is een manier om de handen te oefenen, maar geen verplichte vaardigheid. Als je het aanbiedt, kies dan grote onderdelen en blijf erbij. Een blokje vastpakken of een dop losdraaien laat je kind ook met de vingers oefenen.
Wat als mijn peuter steeds één hand gebruikt?
Een voorkeur voor een hand kan zich ontwikkelen. Je hoeft je kind niet te dwingen van hand te wisselen. Valt het je op dat je peuter een hand nauwelijks gebruikt, bespreek dit dan met het consultatiebureau of de huisarts.
Geef je peuter vooral de kans om zelf te proberen. Een rits openen, klei kneden of een bladzijde omslaan zijn kleine handelingen waarmee je kind de fijne motoriek in het dagelijks leven oefent.



