stotteren peuter

Stotteren bij een peuter: herkennen en helpen

Stotteren bij een peuter komt regelmatig voor als een kind leert praten. Je peuter kan klanken herhalen, langer maken of even vastlopen. Bij veel kinderen gaat dit vanzelf over, maar soms blijft het stotteren bestaan. Laat je kind rustig uitpraten en neem contact op met een logopedist als je je zorgen maakt.

Het kan schrikken zijn als je peuter opeens begint te stotteren. Dat betekent niet meteen dat er iets ernstigs aan de hand is. Kijk vooral hoe je kind praat én hoe het zelf op het stotteren reageert.

Hoe herken je stotteren bij je peuter?

Bij stotteren verloopt het praten niet altijd vloeiend. Je kunt bijvoorbeeld het volgende merken:

  • Je peuter herhaalt een klank of lettergreep: “m-m-mama” of “ma-ma-mama”.
  • Je kind maakt een klank langer: “ssssok”.
  • Een woord lijkt even vast te zitten. Je kind wil iets zeggen, maar er komt kort geen geluid.
  • Je peuter zet zichtbaar kracht bij het praten, knippert met de ogen of kijkt weg.

Een peuter kan ook een heel woord of een stukje zin herhalen, bijvoorbeeld: “Ik wil, ik wil buiten spelen.” Dat kan gebeuren terwijl je kind zoekt naar woorden. Alleen aan zo’n herhaling kun je niet altijd zien of er sprake is van stotteren. Een logopedist kan met je meekijken als je twijfelt.

Waarom gaat een peuter ineens stotteren?

Stotteren kan beginnen in de periode waarin kinderen steeds meer woorden en langere zinnen leren gebruiken. Waarom het ene kind gaat stotteren en het andere niet, is niet altijd duidelijk. Aanleg speelt een rol: stotteren komt soms vaker voor in een familie.

Ook andere factoren kunnen invloed hebben op hoeveel een kind stottert. Je peuter kan bijvoorbeeld meer haperen wanneer het moe of opgewonden is. Dat betekent niet dat spanning de enige oorzaak is. Stotteren is ook niet jouw schuld of die van je kind.

Het stotteren kan per dag verschillen. Soms praat je peuter een tijd makkelijker en begint het daarna opnieuw. Let daarom niet alleen op één gesprek, maar ook op wat je over een langere periode ziet.

Zo help je een peuter die stottert

Je hoeft het praten niet te oefenen of elk haperend woord te verbeteren. Je helpt je kind vooral door ruimte te geven om te vertellen.

  • Laat je peuter uitpraten. Maak de zin niet af, ook niet als je denkt te weten wat je kind wil zeggen.
  • Luister naar de boodschap. Reageer op wat je kind vertelt, in plaats van op de manier waarop het praat.
  • Praat zelf rustig. Neem even tijd voordat je antwoord geeft. Je hoeft je kind niet te vragen om langzamer te praten.
  • Stel niet te veel vragen achter elkaar. Geef je kind tijd om te reageren.
  • Maak tijd voor een ontspannen gesprek. Ga bijvoorbeeld samen zitten en laat je peuter iets vertellen over wat het aan het doen is.

Adviezen als “haal eerst adem”, “praat rustig” of “begin opnieuw” zijn goed bedoeld, maar kunnen extra druk geven. Je kind kan daardoor het gevoel krijgen dat het iets verkeerd doet.

Heb je op dat moment geen tijd om te luisteren? Zeg dan dat je straks verder luistert en kom erop terug. Zo weet je peuter dat zijn of haar verhaal de moeite waard is.

Wanneer vraag je hulp bij stotteren?

Je mag al contact opnemen met een logopedist zodra je je zorgen maakt. Je hoeft niet eerst af te wachten of het vanzelf overgaat. De logopedist onderzoekt hoe je peuter praat en of begeleiding nodig is.

Vraag in ieder geval advies als je merkt dat:

  • je peuter vaak vastloopt of veel kracht zet om woorden uit te spreken;
  • je kind verdrietig, boos of bang wordt door het stotteren;
  • je peuter minder wil praten of bepaalde woorden of situaties gaat vermijden;
  • het stotteren niet duidelijk minder wordt of juist toeneemt;
  • stotteren vaker in de familie voorkomt en je je afvraagt wat dat voor je kind betekent.

Je kunt je zorgen ook bespreken bij het consultatiebureau of met de huisarts. Zij kunnen met je meedenken over passende hulp.

Wat doet een logopedist?

Een logopedist kijkt naar het spreken van je peuter en vraagt wat je thuis merkt. Bijvoorbeeld of je kind in bepaalde situaties vaker stottert en hoe het daarop reageert. Ook is er aandacht voor wat er al goed gaat.

Soms is het voldoende om het praten een tijd te volgen en advies te krijgen. Als behandeling nodig is, kan de logopedist je leren hoe je je kind tijdens gesprekken ondersteunt. De behandeling kan ook gericht zijn op het spreken zelf. Wat past, verschilt per kind. Zo nodig verwijst de logopedist door naar een stottertherapeut, een specialist op dit gebied.

Meer informatie vind je bij de Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie.

Veelgestelde vragen over stotteren bij peuters

Gaat stotteren bij een peuter altijd vanzelf over?
Bij veel kinderen wordt het stotteren vanzelf minder en verdwijnt het. Dat geldt niet voor ieder kind. Het is vooraf niet met zekerheid te zeggen hoe het bij jouw peuter zal verlopen.

Moet ik mijn peuter vertellen dat het stottert?
Als je kind er zelf niet mee zit, hoef je er niet steeds aandacht op te vestigen. Begint je peuter er wel over, luister dan en reageer rustig. Je kunt laten merken dat je tijd hebt om te luisteren, ook als woorden er even moeilijk uitkomen.

Is stotteren een teken van intelligentie?
Nee. Aan stotteren kun je niet zien hoe intelligent een kind is. Het zegt iets over de vloeiendheid van het spreken, niet over wat je peuter begrijpt of kan bedenken.

Blijf je peuter de tijd geven om te vertellen. Merk je dat het stotteren moeite of zorgen geeft, dan kan een logopedist samen met jou beoordelen wat je kind nodig heeft.

Scroll naar boven