Als je peuter bijt, stop hem dan meteen en zeg rustig: “Niet bijten, dat doet pijn.” Troost degene die gebeten is en help je kind daarna met een andere manier om te laten zien wat het wil. Bijten komt bij jonge kinderen regelmatig voor en betekent niet meteen dat je kind agressief is.
Het kan schrikken zijn als je kind jou, een ander kind of een baby bijt. Door te kijken wanneer het gebeurt, kun je vaak beter begrijpen wat eraan voorafgaat en een volgende beet proberen te voorkomen.
Waarom een peuter bijt
Een peuter kan bijten als iets niet lukt of als een ander kind speelgoed afpakt. Je kind voelt dan misschien boosheid of frustratie, maar kan nog niet altijd vertellen wat er aan de hand is. Bijten kan ook gebeuren als je peuter moe is, veel prikkels heeft gehad of contact wil maken maar niet weet hoe.
Soms onderzoekt een jong kind met zijn mond wat het tegenkomt. Een kind kan ook bijten tijdens een enthousiast knuffelmoment. De reden is dus niet altijd boosheid. Let op wat er vlak voor het bijten gebeurde: wilde je peuter iets hebben, was het druk of kwam iemand erg dichtbij?
Wat doe je direct als je peuter bijt?
- Stop het bijten. Haal de kinderen rustig uit elkaar of neem zelf wat afstand. Zorg dat je peuter niet opnieuw kan bijten.
- Stel een korte grens. Zeg bijvoorbeeld: “Ik laat je niet bijten. Dat doet pijn.” Een lange uitleg is op dat moment vaak lastig te volgen.
- Verzorg en troost degene die gebeten is. Kijk of de huid beschadigd is. Is de huid kapot, spoel de wond dan met water en neem dezelfde dag contact op met de huisarts. Een mensenbeet kan ontsteken.
- Help je peuter tot rust te komen. Neem je kind zo nodig even mee naar een rustige plek. Dat is geen straf, maar een manier om de situatie veilig te onderbreken.
- Laat zien wat wel kan. Zeg bijvoorbeeld: “Je wilt de auto. Zeg maar: mag ik ook?” Bij een jong kind kun je de woorden voordoen en zelf helpen.
Bijt je kind niet terug. Dat doet pijn en geeft het voorbeeld dat bijten een manier is om op een probleem te reageren. Schreeuwen of je peuter een stout kind noemen helpt ook niet om ander gedrag te leren.
Zo help je voorkomen dat je kind opnieuw bijt
Zie je een patroon, probeer dan eerder in te grijpen. Blijf bijvoorbeeld dichtbij als je peuter steeds bijt tijdens het spelen met een bepaald speeltje. Help de kinderen om de beurt spelen of leg een extra speeltje klaar. Merk je dat drukte meespeelt, zoek dan op tijd een rustigere plek.
Benoem wat je ziet en geef een eenvoudig alternatief: “Je bent boos. Zeg: stop.” Je kunt ook voordoen hoe je zacht contact maakt, bijvoorbeeld door te zwaaien of voorzichtig te aaien. Geef een compliment als je kind het alternatief probeert, ook als dat nog niet meteen vanzelf gaat.
Op de opvang helpt het om samen af te spreken hoe jullie reageren. Vraag wanneer het bijten meestal gebeurt en wat eraan voorafging. Zo kunnen jullie thuis en op de opvang dezelfde korte boodschap gebruiken.
Als je peuter jou of een baby bijt
Bijt je peuter jou tijdens een knuffel of uit boosheid, maak dan rustig afstand en zeg dat bijten pijn doet. Geef daarna aan wat wel kan: “Je mag me zacht vasthouden” of “Zeg maar dat je boos bent.”
Bij een baby is dichtbij blijven extra belangrijk. Laat je peuter en de baby niet samen zonder toezicht als je kind bijt. Onderbreek het contact zodra je ziet dat je peuter wil bijten en help met een veilige manier om contact te maken.
Wanneer vraag je hulp?
Bespreek het bijten met het consultatiebureau of de huisarts als het vaak gebeurt, als je kind anderen regelmatig verwondt of als het ondanks jullie aanpak niet minder wordt. Vraag ook hulp als je je zorgen maakt over ander gedrag of niet goed weet hoe je de situatie veilig houdt.
Blijf intussen elke keer op dezelfde rustige manier reageren. Zo hoort je peuter steeds dezelfde grens en krijgt hij de kans om te oefenen met iets anders dan bijten.



