Zwemdiploma A: dit moet je kunnen om te slagen

Voor zwemdiploma A moet je een aantal zwemvaardigheden beheersen én gekleed zwemmen. Het diploma A is het eerste officiële zwemdiploma in Nederland en bewijst dat een kind zelfstandig en veilig kan zwemmen, ook in kleding. Hieronder zie je precies wat er van je wordt verwacht tijdens het examen.

Gekleed zwemmen: de kledingeis voor zwemdiploma A

Een van de bekendste onderdelen van zwemdiploma A is het gekleed zwemmen. Je springt in het water met kleding aan en zwemt een bepaalde afstand. De kleding die je daarvoor draagt, is specifiek voorgeschreven. Je hebt nodig:

  • Een shirt of blouse met lange mouwen
  • Een lange broek, jurk of rok tot de enkels
  • Schoenen (plastic, leren en sportschoenen zijn toegestaan)

Het idee achter gekleed zwemmen is praktisch: in noodsituaties spring je ook niet in badkleding het water in. Kleding wordt zwaar en trekt aan je lichaam. Dat maakt het moeilijker dan zwemmen in badkleding, en precies dat is de bedoeling van dit onderdeel.

Wat moet je kunnen voor zwemdiploma A: de zwemonderdelen

Naast het gekleed zwemmen zijn er meerdere zweemtechnische vaardigheden die je moet beheersen. De exacte eisen verschillen per zwemsportbond, maar de meest gangbare onderdelen zijn:

  • Een bepaalde afstand zwemmen (doorgaans 25 meter) op de rug
  • Een bepaalde afstand zwemmen op de buik (borstcrawl of schoolslag)
  • Springen in het diepe water en daarna zelfstandig naar de kant zwemmen
  • Onder water zwemmen of een voorwerp van de bodem halen
  • Drijven of trappelen op een plek blijven zonder de kant vast te houden
  • Een combinatie van gekleed zwemmen en de andere onderdelen

De examenonderdelen worden afgenomen in een overdekt zwembad met een diep bad. Alle bewegingen worden beoordeeld op veiligheid en zelfstandigheid, niet op snelheid of perfecte techniek. Zolang een kind zich veilig en beheerst door het water beweegt, telt dat.

Leeftijd en voorbereiding

Zwemdiploma A is bedoeld voor kinderen, en de meeste kinderen doen het examen ergens tussen hun vijfde en achtste jaar, afhankelijk van hoe snel ze leren zwemmen. Er is geen officiële minimumleeftijd, maar in de praktijk is een kind van vier jaar zelden klaar voor dit diploma.

De voorbereiding duurt gemiddeld één tot twee jaar, afhankelijk van hoe vaak een kind les heeft en hoe snel het de vaardigheden oppakt. Zwemles van één keer per week is gebruikelijk. Sommige kinderen hebben meer tijd nodig en dat is heel normaal.

Wat wordt beoordeeld tijdens het examen?

Tijdens het examen let de examinator op veiligheid, zelfstandigheid en beheersing. Een kind moet de onderdelen zonder hulp uitvoeren. De examinator kijkt niet of de techniek perfect is, maar of het kind zichzelf redt in het water. Paniek, vasthouden aan de kant of hulp van een begeleider betekent dat het onderdeel niet gehaald is.

Slagen doe je als alle onderdelen zijn afgerond binnen de gestelde eisen. Mislukt één onderdeel, dan mag je in veel gevallen het examen herkansen. Hoe dat precies werkt, verschilt per zwembad of zwemschool.

Zwemdiploma A is een stevige basis, maar geen garantie dat een kind overal veilig kan zwemmen. Open water, stroming en kou zijn heel anders dan een zwembad. Dat is ook waarom diplomas B en C bestaan, die verder voortbouwen op de vaardigheden van het A-diploma.

Scroll naar boven