De eerste keer verlatingsangst herkennen
Rond zes maanden beginnen kinderen zich te hechten aan hun ouders en verzorgers. In deze periode merken veel ouders dat hun kind begint te huilen of onrustig wordt als zij even uit beeld zijn. Sommige baby’s laten dit zelfs iets eerder zien, bijvoorbeeld rond vijf maanden. Als je baby kan kruipen of zitten, krijgt hij meer door van zijn omgeving. Als je dan even naar een andere kamer loopt, kan dit spannend zijn voor je kind. Het besef dat jij weg bent en niet direct terugkomt, is nog nieuw en onwennig. Dit heeft alles te maken met de ontwikkeling van het geheugen en het begrijpen dat dingen of mensen blijven bestaan, ook als je ze niet ziet.
Waarom verlatingsangst bij baby’s voorkomt
Hechting is heel belangrijk voor jonge kinderen. Je baby hecht zich meestal het meest aan zijn ouders of vaste verzorgers. Naarmate je baby ouder wordt, leert hij dat mama of papa er niet altijd is. Dit besef geeft onzekerheid en kan zorgen voor angst of verdriet. Ook ontdekt je baby dat mensen de kamer kunnen verlaten zonder hem mee te nemen. Vooral in een nieuwe situatie of als er veel prikkels zijn, wil je kind liever dicht bij jou blijven. Je baby voelt zich bij jou het veiligst. Angst bij het weggaan van ouders is dus eigenlijk iets heel normaals in de ontwikkeling van een kind.
Het verloop van verlatingsangst en eenkennigheid
De periode van verlatingsangst begint rond zes maanden en bereikt vaak een hoogtepunt tussen de acht en veertien maanden. Veel baby’s worden in deze periode ook eenkennig. Dat betekent dat ze andere mensen soms spannend vinden en juist graag bij de ouder willen zijn die ze het beste kennen. Zodra je weer terug bent of je baby merkt dat je in de buurt bent, verdwijnt de angst meestal snel. Niet elk kind ervaart deze fase even sterk. Sommige baby’s zijn een tijdje wat huileriger of aanhankelijker, terwijl andere kinderen er nauwelijks last van hebben. Na een tijdje neemt de angst meestal vanzelf af en wordt het makkelijker om weg te lopen zonder drama.
Tips om je baby te helpen bij verlatingsangst
Er zijn verschillende manieren waarop je je baby kan steunen als hij last heeft van alleen zijn. Allereerst is het goed om altijd duidelijk te zeggen dat je even weggaat, bijvoorbeeld naar de keuken of de wc.
- Maak het afscheid kort, maar wees wel lief.
- Zwaai, zeg tot zo en leg uit dat je altijd weer terugkomt.
- Probeer het afscheid op een vast moment te doen, zodat je baby weet waar hij aan toe is.
- Geef je kind iets vertrouwds, zoals een knuffel of doekje, zodat hij zich veilig voelt.
- Oefen korte momentjes weggaan en kom snel weer terug. Dat geeft vertrouwen.
- Geef verder ruimte aan de gevoelens van je baby. Troost hem als hij huilt en laat merken dat het niet erg is om verdrietig te zijn.
- Door rustig te blijven, geef je je kind het signaal dat het allemaal goed komt. Zo raakt hij sneller gewend aan veranderingen.
Veelgestelde vragen over verlatingsangst bij baby’s
- Vanaf welke leeftijd komt verlatingsangst bij baby’s voor? Verlatingsangst bij baby’s begint meestal rond zes maanden. Sommige kinderen krijgen er iets eerder of later mee te maken.
- Hoe lang duurt de fase van verlatingsangst bij baby’s meestal? De meeste kinderen hebben tussen de acht en veertien maanden het meeste last van deze angst. Daarna wordt het steeds minder.
- Is het normaal dat mijn baby alleen bij mij wil zijn? Het is heel normaal als je baby vooral bij jou wil zijn. Dit hoort bij de ontwikkeling van het gevoel van veiligheid en hechting aan de ouder.
- Wat kan ik doen als mijn baby erg verdrietig is als ik wegga? Als je baby verdrietig is bij het weggaan zijn korte, duidelijke afscheidjes en oefenmomentjes belangrijk. Geef hem tijd en troost wanneer dat nodig is.
- Komt verlatingsangst bij iedere baby voor? Vrijwel alle baby’s krijgen op een bepaald moment te maken met verlatingsangst. Het hoort bij de groei en het leren van vertrouwen.



